Column

Top 1

Samenvatting
  • Onderwerp
    Internationale handel, WTO, dierenwelzijn
Bekijk de bronnen
We zitten midden in het terugblikseizoen. Ieder zichzelf respecterend medium zet redacteuren aan het werk om alle mogelijke lijsten en overzichten te produceren, liefst met de aanduiding top tien, twintig of tweeduizend.

Een leuke klus voor de opstellers die eens lekker onbekommerd subjectief kunnen zijn maar ook fijn voor de lezers die het er wel of niet hartgrondig mee oneens kunnen zijn. Via Foodlog werd ik geattendeerd op een interessant dierenwelzijnslijstje. En uiteraard had ik de standaardreactie van alle lijstjeslezers: hoe zou die van mij er uitzien? Wordt het de waterleidingduinen damhertenproblematiek of het biologisch vlees ‘ongelukje’ van Vion? Of de voortdurende geschiedenis van de positieflijst? De toename van de hoeveelheid 1,2,3, sterrenproducten in de winkels dan?

Mijn top-1 zoek ik wat verder weg. Onlangs was de World Trade Organisation (WTO) in het nieuws. Deze organisatie, waarbij vrijwel alle landen ter wereld zijn aangesloten, streeft een zoveel mogelijk onbelemmerde wereldhandel na. Na twintig jaar is hier onlangs eindelijk een nieuw verdrag over afgesloten. Mooi natuurlijk, maar daar doel ik niet op als het gaat om mijn top 1. Uit oogpunt van dierenwelzijn is een uitspraak dit jaar van een WTO panel over het verbod van de Europese Unie op de import van zeehondenbont interessant. Canada en Noorwegen vochten dit verbod aan met als argument dat dit verbod strijdig was met de WTO afspraken over de onwenselijkheid van handelsbelemmerende maatregelen. De EU werd niet volledig in het gelijk gesteld maar in de uitspraak werd wel vastgesteld dat landen het recht hebben eisen met betrekking tot dierenwelzijn te stellen aan geïmporteerde producten. Voorwaarde hierbij is dan wel dat dezelfde eisen ook zonder uitzondering voor in het land zelf geproduceerde producten geldt.

Een uitspraak met mogelijkheden, mits deze stand hand houdt in het hoger beroep. Wanneer dit gebeurt vallen een aantal argumenten tegen gidsfuncties op het gebied van dierenwelzijn als land of unie weg. We kunnen dan als importerende partijen eisen stellen aan omstandigheden waaronder dieren gehouden worden in verre buitenlanden. Angorakonijnenhouders, wasbeerhondenproducenten en Braziliaanse plofkippenhouders  liggen vast al wakker van de uitspraak. Of zou het zo’n vaart niet lopen?  We proberen in het internationale handelsverkeer ook te voorkomen dat er met behulp van kinderarbeid of onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden wordt geproduceerd. Dat lukt ook nog niet zo.