Nieuws

Verdere verduurzaming veehouderij door afspraken over plusstal

Er is een nieuwe tussenvorm voor duurzame stallen: de Plusstal. De eisen zijn lager dan een integraal duurzame stal maar hoger dan de wettelijke eisen.

Plusstallen

In 2012 hebben de partners in het samenwerkingsverband Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij (UDV) afgesproken gezamenlijk invulling te geven aan de ambitie dat vanaf 2015 alle nieuw te bouwen stallen integraal duurzaam zijn. De stappen ten aanzien van duurzaamheid zijn de afgelopen periode uitgewerkt in het concept van de 'plusstal'. Plusstallen scoren beter op de belangrijkste duurzaamheidsaspecten - dierenwelzijn, milieu, energie en ammoniakemissie - dan het huidige wettelijke niveau. Hiervoor moet de stal een minimaal aantal punten halen op de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). Ondernemers die hiervoor kiezen bij nieuwbouw kiezen daarmee ook voor verduurzaming van hun bedrijven. Ambitie van de UDV is dat “vanaf 2015 elke ondernemer bij nieuwbouw duurzaamheidsstappen zet. De plusstal geldt hierbij als basisniveau voor verduurzaming in de veehouderij bij nieuwbouw van stallen.”

Maatlat Duurzame Veehouderij

De Maatlat Duurzame Veehouderij krijgt daarmee een bredere toepassing. Met de huidige MDV kunnen ondernemers voor de verschillende duurzaamheidsthema’s de maatregelen kiezen waarin ze willen investeren. Iedere maatregel levert een aantal punten op. Indien een stal voldoende punten behaalt, komt die in aanmerking voor fiscale tegemoetkoming. Daarbij geldt als eis dat per duurzaamheidsthema een minimum aantal punten moet worden behaald. In de MDV zijn alleen ‘hardware’ stalmaatregelen opgenomen. Dit instrument blijft voor de overheid een belangrijk instrument om verduurzaming van stallen te stimuleren via fiscale tegemoetkoming.

Stimuleringspakket

Met de huidige afspraken over 'Plusstallen' wordt voor nieuwe stallen niet het niveau gehaald van de Maatlat Duurzame Veehouderij, maar wordt wèl voor alle nieuw te bouwen stallen een substantieel hoger niveau bereikt dan het wettelijke niveau. Dat meldt staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken aan de Tweede Kamer. Wanneer stallen voldoen aan 60% van de totaal vereiste punten voor fiscale tegemoetkoming én per duurzaamheidsthema minstens 40% van het aantal punten behalen dat geldt voor de fiscale tegemoetkoming, worden ze aangemerkt als plusstallen. Om de ambitie van de Plusstallen te realiseren hebben de partners in de UDV een stimuleringspakket afgesproken, bestaande uit een combinatie van bewustwording en specifieke stimulering. Onderdelen van dit stimuleringspakket zijn onder andere:

  • Bewustwording en scholing van erfbetreders en adviseurs om primaire ondernemers bewust te maken van het belang van verduurzaming bij nieuw- of verbouw van stallen;
  • Duurzaamheidplan; alle ondernemers die een nieuwe stal bouwen maken dit onderdeel van het bedrijfsplan waarmee ze aangeven wat ze doen om te verduurzamen;
  • Rabobank stimuleert bedrijfsfinancieringen die voldoen aan het niveau Plusstallen;
  • EZ stelt het niveau van de Plusstallen als minimumvoorwaarde bij nieuwbouw in de regeling Garantstelling Landbouw. Aan deze regeling worden thans geen duurzaamheidseisen gesteld.

Het stimuleringspakket wordt in 2014 geïmplementeerd. De UDV partijen hebben tijdens het bestuurlijk overleg afgesproken om de realisatie van de Plusstallen te monitoren. Hoe de monitoring precies kan worden ingevuld wordt nog uitgewerkt.

De deelnemers aan het samenwerkingsverband UDV zijn: de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), de Dierenbescherming, de Groene Kennis Coöperatie, het Interprovinciaal Overleg (IPO), LTO Nederland, het Ministerie van Economische Zaken, de stichting Natuur & Milieu, de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), de Nederlandse vereniging diervoederindustrie (Nevedi) en Rabobank Nederland.


(Bron foto: UDV)